• Claudia Maser

Vuilnis

Frank stond nu 3 jaar achterop de vuilniswagen. Na zijn scheiding was hij zijn baan als logistiek planner kwijtgeraakt. Hij kon zich niet meer concentreren, maakte fouten en versliep zich. Toen de reorganisatie werd aangekondigd was het geen verrassing. Er waren geen financiële mogelijkheden meer om alle planners aan te houden en Frank kwam voor het eerst in zijn leven thuis te zitten. Suzan wilde destijds geen kind en nu ze gescheiden waren was hij blij met haar besluit. Hij had het destijds graag gewild maar het was goed zo. Beter dan eens in de twee weken een weekendje de leuke vader te spelen. Na een aantal maanden piekeren, Netflixen en tientallen afwijzingen accepteerde hij de aangeboden functie bij de milieustraat. Onder zijn niveau maar thuis op de bank zitten en zijn hand ophouden was erger. De eerste weken sorteerde hij afval en zo stroomde Frank door naar de wagen. In het begin moest hij over een bepaalde gêne heen, maar het wende snel. Vriendelijke mensen die hun container aangaven, zwaaiende kinderen en toffe collega’s. De stank werd snel gewoon en het op en afstappen hield hem fit. Hij was zijn buikje kwijt, voelde geen stress en sprong iedere ochtend fris uit zijn bed. Van een mooie tweekapper met garage en aangelegde tuin was hij in een flat beland. Weinig groen in de wijk, 6e etage en een klein balkon op het noorden maar hij voelde zich een tevreden mens. Deze huurflat gaf minder zorgen en in plaats van de tuin snoeien en eindeloos onkruid wieden, kon hij nu in het weekend naar het park.

Het was een donderdag vroeg in de ochtend. Zijn collega Jop had zich ziek gemeld dus hij stond alleen met de chauffeur. Het duurde allemaal wat langer maar het was niet onmogelijk in je eentje achterop. Rond de middag zou er vervanging komen. Het was bijna lunchtijd. Ze hielden stil in een straat met klinkers en hoge bomen. De eerste container ging omhoog en werd leeggeschud. Terwijl hij naar de tweede container liep hoorde hij een baby huilen. Gesmoord geluid. Frank keek om zich heen maar zag geen kinderwagen. Zijn hart bonkte onder zijn overall. Langzaam draaide hij naar de wagen en als in een reflex klom hij omhoog en liet zich in het afval vallen. Zolang hij huilen hoorde, leefde het nog. Met zijn handen scheurde hij zakken open, gooide hij huisvuil opzij en daar lag het. In een verhuisdeken met een roze mutsje naast een bruine banaan. Piepklein maar het ademde. Toen hij het in zijn armen nam werd het minimensje stil. Donkere ogen keken hem aan. Het leek ongedeerd. Zacht drukte hij een kus op het voorhoofd en kroop omhoog. Binnen 10 tellen stond hij weer achter de wagen en keek om zich heen. De chauffeur van de wagen kwam met grote stappen uit zijn cabine.

‘Waarom duurt het zo lang? Hé, sta jij hier nou met je baby? Is je vrouw er vandoor?’ Hij lachte. ‘Je bent helemaal bleek. Het is niet niks zo’n kind, ik heb er ook twee. Is het een meisje?’ Frank knikte beduusd.

‘Je kunt van ons een hele babykamer krijgen, we wilden het allemaal wegdoen’, ratelde hij door. ‘De vervanger van Jop komt zo. Klote zeg, van je vrouw. Ga jij maar vast naar huis met je dochter. Ik wacht wel even, het is toch lunchpauze. Je kunt haar echt niet meer mee naar je werk nemen. Kijk, je hebt haar al helemaal vies gemaakt’. Frank knikte weer en mompelde een zacht ‘bedankt’.

Langzaam liep hij met het bundeltje naar huis. Zijn meisje sliep als een roos.




36 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Pakketpost

Alleen