• Claudia Maser

Vrijgezel

‘Hallo? Eng hoor in het bos. Gaan we harige woudmonsters vangen?’ Fleur probeerde zo grappig mogelijk te klinken. Ze zou zich niet laten kennen. Het was nu al een ontzettend stom vrijgezellenfeest maar dat zou ze natuurlijk nooit zeggen. Eerst die blinddoek in de auto en nu liep ze hier in haar eentje door het natte bos met een zaklantaarn, een rugzak gevuld met een flesje water, een mueslireep en zakje pinda’s. En dan ook nog in een achterlijk camouflagepak. Geen telefoon, alleen een routebeschrijving en een speelgoed-kompas. Het was 22.00 uur. Ze liep al zeker een uur. De afgelopen weken had ze gemerkt dat Mark stiekem appte. Wanneer ze binnenkwam stopte hij direct of hij legde de telefoon ondersteboven op tafel zodat ze niet kon zien van wie de berichten kwamen. Ze vond het wel schattig dat hij betrokken was bij haar vrijgezellenfeestje.

‘Hallo, krijg ik een hint? Waar gaan we naar toe?’, riep ze naar de boomkruinen. Er kwam geen antwoord. De naden van het carnavalspak schuurden tegen haar dijen. De miezer veranderde in dikke druppels. Bij iedere boom of bocht verwachtte ze dat het groepje meiden lachend tevoorschijn zou springen en haar zou omarmen met een medaille, slingers en kleine taartjes. Dat ze haar uit het groene pak zouden sjorren en daarna gemoedelijk onder een grote paraplu naar een café liepen voor een wijnproeverij met bitterballen.

23.30 uur. Vanavond geen proeverij meer. De routekaart klopte voor geen meter. Haar rugzak was leeg en behalve het kompas gooide ze hem met een zwaai in de struiken. Fleur had het gevoel dat er iemand naar haar keek.

‘Hallo, is daar iemand?’ Haar stem weerkaatste hol tegen de bomen. Rechts kraakte een tak. Met haar zaklamp scheen ze tussen de bomen maar ze zag niets. De meiden keken waarschijnlijk van een afstandje en lachten zich rot. Ze kenden elkaar nog van de studententijd. Iedere zaterdag zagen ze elkaar bij Danscafé Lambiek en doordeweeks liep de groepsapp over met foto’s van half lege wijnglazen, saaie werkplekken of nieuwe aankopen. Het waren haar beste vriendinnen. Fleur probeerde de blaar op haar hiel te negeren.

‘Meiden, ik heb er eigenlijk wel genoeg van. Zullen we naar een café gaan? Hallo, waar zijn jullie?’ De stilte antwoorde. Haar ogen zochten tussen de struiken. De takken leken zwart uitgestrekte armen en iedere boomstam kon een enge kerel zijn. Wat voor beesten leefden er eigenlijk in het bos? Wilde zwijnen, vleermuizen, uilen die in haar haren verstrikte konden raken. Haar hart klonk als de bas op zaterdagavond. Het kraakte weer rechts van haar. Fleur liep wat sneller. Mark had haar naar het terras gebracht waar het gillende groepje 10 minuten later aanschoof om haar te ontvoeren. ‘Laat je niet kennen’, had hij nog geroepen. Mark wist hier dus van. Ze keek om zich heen en gooide de natte routekaart tegen een boom. Met haar zaklamp scheen ze op de plastic kompas. Het pijltje bewoog. Ze had geen idee of ze op dit speelgoedje kon vertrouwen maar het was beter dan niets. Fleur veegde de natte haarslierten uit haar ogen, koos het zuiden en begon te rennen. Zompige bladeren onder haar voeten. De modder spatte tegen haar billen. Twee uur later bereikte ze hijgend en doorweekt de rand van het bos. Bibberend liep ze naar hun wijk en eenmaal thuis ontdekte ze dat er niemand was om haar te verwarmen. Haar tas met geld, sleutels en telefoon had ze bij Mark achter moeten laten. Fleur hoefde niet lang na te denken waar hij zou zijn. Toen ze de deur van Café Lambiek opende stond hij met zijn rug naar haar toe en goot het laatste restje uit zijn glas achterover. Het was druk en warm binnen. Ze waren er allemaal. Saskia hield een nieuw biertje voor Mark’s gezicht en haar hand op zijn rug. Fleur keek naar de modderige plas op de grond. Voor het eerste in jaren zag ze haar vriendinnen zoals ze waren. Geen feestende lachebekken waar ze een innige band mee had maar dronken torren die vooral zichzelf de moeite waard vonden. En Mark was hun opper-tor. Wie was hij eigenlijk? Wat had ze in hem gezien? Ze had alles verwacht maar weinig gekregen. Het trouwen zou een stap naar verbinding zijn maar nu ze hem daar zag staan, weigerde elke vezel van haar om ook maar iets met hem te willen. Fleur kon zich voorstellen hoe ze eruit zou zien. Doorweekt, mascara op haar wangen, druipende slierten rond haar gezicht. Een zanderige rolmops in een camouflagepak. Een verzopen carnavals-soldaat. Wat zouden ze genieten van de aanblik. Weken gespreksstof, tientallen waanzinnig leuke foto’s op Insta. Ongezien liep ze naar de kapstok en vond al snel Mark’s blauwe jas met haar tas daarover gedrappeerd. Fleur hing de tas om haar schouder en wisselde in de rechter jaszak zijn huissleutels met haar verlovingsring. De sleutels voelden koud in haar hand. Hoe vaak had ze gezegd dat het niet verstandig was om je sleutelbos onbeheerd in je jaszak te laten? Hij had zijn schouders opgehaald. Precies dat gebaar maakte Fleur toen ze de deur van hun huis opende en van binnen afsloot.





83 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Pakketpost

Alleen