• Claudia Maser

Dagboek van Jacoba, 2 augustus 1415



Wij zijn ondertussen in ’s-Gravenhage aangekomen en verblijven in een prachtig huis direct aan zee. De zeelucht maakt ons moe en loom waardoor we de halve dag in bed liggen. Vanmorgen heb ik een wandeling door de duinen gemaakt. De meid hield een parasol boven mijn hoofd zodat mijn gezicht niet zou verbranden. De aanblik van de zee benam me de adem, hij was woest en ik raakte niet uitgekeken op de rollende groen grijze golven. Was had ik graag mijn jurk uitgedaan en me in mijn ondergoed in zee gebaad. De meid vertelde dat het zout niet goed voor mijn huid zou zijn en de stroming te gevaarlijk. Ik zou kunnen verdrinken.


Daarna vertelde zij mij dat ze lang geleden met haar moeder naar zee was gegaan en dat die dag haar broertje was verdronken. Het kereltje was op een onbewaakt moment de zee ingelopen en door de golven meegenomen. Ze zagen zijn handje nog even boven het water en daarna was hij weg. Ik heb me voorgenomen om later nooit met mijn kinderen naar de zee te gaan.


14 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven