• Claudia Maser

Bijgeloof

Bijgewerkt op: 30 jun.

De zon scheen door het glas in lood en maakte de kerk nog wonderlijker. Sprookjesachtig, betoverend, het heilige bevestigd. De dag was koud begonnen maar de zon kon het niet laten om deze wonderlijke middag te verlichten. Liesje zat op de achterste bank en liet zich omarmen door de kou die vanuit de marmeren tegels via haar benen naar haar rug kroop. Ze had deze dag gevreesd en vervloekt. Vijf avonden had ze gebeden dat het niet zou gebeuren, en daarom zat ze hier, omdat ze nog steeds niet kon geloven dat het echt zo was. Op het laatste moment zou het geluk haar kant opdraaien. Zes dagen geleden hadden ze elkaar nog hartstochtelijk gedag gekust na een heerlijke dag op het water. Stan had een zeiljacht gehuurd en haar met een vrije dag verrast. Het begon met een champagne ontbijt in bed en daarna een ritje met Spaanse muziek in de cabrio. De picknickmand stond achterin. Ze had geen idee dat hij zo goed kon zeilen. Zijn gespierde bruine kuiten in de bootschoenen. De vingers met de gouden haartjes deskundig om de touwen gekruld. Zijn grote handen zelfverzekerd aan het roer.

Na een aantal teleurstellende relaties had ze er al niet meer in geloofd maar na 7 maanden met deze heerlijke man begon Liesje het vertrouwen terug te krijgen. Nog niet eerder had een man haar zo hartstochtelijk bemind en op een voetstuk gezet. Niets was teveel, alles mocht en kon. Wanneer ze één vervelend dingetje van hem moest benoemen, was het dat hij nooit, maar dan ook nooit op de foto wilde. Stan vertelde dat het een bijgeloof ding was. Hij was bang dat er een stukje van zijn ziel op de foto bleef plakken en dat hij wist hoe raar het klonk maar of zij hem deze rariteit, dit bijgeloof alsjeblieft wilde vergeven. Lachend gunde ze hem deze gekkigheid en legde zichzelf of de omgeving vast om de momenten te herinneren. Soms had ze zijn schaduw te pakken zoals vorige maand op het strand, waarmee ze hem dan lachend plaagde dat zijn schaduw-zieltje gehalveerd was. Hij lachte mee en maakte de mooiste foto’s van haar op het dek, in het bos, thuis aan tafel, in bed, op de trap en zelfs in de kelder. Ze fantaseerden over hun toekomstige huis aan zee met geiten en een labrador. En in de ochtend bekeken ze op zijn laptop mooie buitenverblijven voor bedragen die Liesje niet had kunnen dromen.

Als ondernemer was hij veel en vaak onderweg maar dan stuurde hij ter compensatie lange mails waarin hij zijn week beschreef en haar de liefde verklaarde. Bellen was vaak onmogelijk door de slechte verbinding, maar de mailtjes maakten alles goed. Een keer in de week kreeg ze een prachtig veldboeket omdat ze daar zo van hield of hij stuurde als een verrassing een werkster die onverwacht 3 uur lang kwam poetsen. Haar ouders en vriendinnen waren dol op hem. Stan was welbespraakt, had een atletisch lichaam en was vriendelijk tegen iedereen. De enige die twijfels had was haar zus. ‘Er is iets met hem’, had ze op oudejaarsavond in haar oor gefluisterd. Waarschijnlijk kon Alana het nog niet geloven. Haar man was na 6 jaar een verhouding met een collega begonnen en dat had zijn sporen achtergelaten. Liesje had Alana omarmd en gezegd dat hij echt een lot uit de loterij was en dat ze zich geen betere zwager kon wensen. Lachend hadden ze op hem geproost en het nieuwe jaar ingeluid. Ze had er niet meer aan gedacht totdat Alana 5 dagen geleden voor de deur stond. Haar groene ogen keken haar doordringend aan en duwden haar op de bank. Woord voor woord had ze uit de doeken gedaan wat er niet klopte. Zonder terughoudendheid had ze verteld dat ze een week vrij had genomen en hem gevolgd was.

7 dagen lang, van de ochtend tot de late avond omdat ze Liesje de pijn wilde besparen. Maar dat deed het niet. Het doorboorde haar hart met een zwaard en nam het mee. Liesje braakte vol ongeloof op haar perzische Ikea-tapijt. Pas bij de foto’s aanvaarde ze de waarheid en kwamen de tranen. Die nacht had Alana haar gewiegd totdat ze koortsig een paar uur in haar armen in slaap viel. En nu zat Liesje hier, achterin de kerk, haar handen om de houten bank geklemd.

Het stroomde vol met verwachtingsvolle gasten. Feestkleding, hakken, bloemen, gefluister en hier en daar een zacht gelach. De fotograaf was druk in de weer om de juiste positie te kiezen. Alles moest vastgelegd voor de mooiste dag. Links en rechts was ze ingeklemd door onbekende blije mensen. Ze gaven elkaar kneepjes in hun handen en keken verlangend naar de houten deur alsof iedereen de eerste aanblik wilde opeisen. Het orgel begon te spelen en de gasten gingen staan. De serene stilte vermengde zich met de kleuren van de ramen. De slagaders in haar hals bonkten als ritmische Afrikaanse trommels.

Daar waren ze. Het wit was oogverblindend. Een blonde fee in een wolk van satijn en tule. De meterslange sluier werd gedragen door twee kleine prinsessen van peuterformaat. Voorbeeldig keken ze met hun roze snoetjes naar de achterkant van de bruid. Liesje herkende de fee van de foto’s. Pas toen ze de witte pracht volledig in zich had opgenomen durfde ze naar de bruidegom te kijken. Strak donkerblauw maatpak. Zijn golvende haar naar achter gekamd. Een wit overhemd, glimmende schoenen. Zijn lange vingers stevig om de ranke hand van de gesluierde fee. Hij was het echt. Stan. Haar man, haar enige, haar minnaar, haar geliefde, haar toekomst, haar vriend, haar alles, liep in een sprookjes-ritme met zijn fee naar het altaar. Op dat moment wist ze dat het geluk niet meer zou keren en staarde naar zijn gezicht. Zijn witte tanden bloot, het kuiltje in zijn kin wat ze zo vaak had gekust. Ze kende ieder plekje van zijn lichaam, misschien nog wel beter dan het hare. Hij zag haar niet. Liesje slikte, haar mond was droog. Wanneer ze had kunnen huilen, had ze haar mond geopend om het zoute vocht op te vangen. Maar haar ogen bleven droog, net als haar keel.

Het orgel stopte. De bruid en bruidegom hielden elkaars handen vast en keken vol liefde en bewondering naar de ander. Liesje kende die blik zo goed. Ze voelde het zwaard diep in haar binnenste draaien. De blonde fee zei, ‘ja, dat beloof ik’ en Stan herhaalde de woorden terwijl de peuterprinses de ring aanreikte. Liesje ging staan, drong zich tussen de benen naar het gangpad en liep in een rechte lijn naar het altaar. Links en rechts verbaasde blikken. Gestommel. Ze keek naar Stan. Zijn ogen groot, het lichaam recht en zijn welgevormde mond een beetje open. Een hand kwam omhoog, zijn vingers gespreid. Zou zij zelf ook zo gekeken hebben toen Alana voor de deur stond? Liesje greep in haar binnenzak en haalde daar de twee foto’s uit die haar zus stiekem op oudejaarsavond had gemaakt. Een foto met zijn armen stevig om haar heen, zijn lippen innig op de hare en op de achtergrond de klok met datum. De tweede foto was later op de avond, Stan kuste haar hals en zijn grote handen omklemden haar billen. De blonde fee keek vol ongeloof en afschuw van de foto’s naar Stan, naar haar en wankelde bleek achteruit. Liesje had bijna medelijden met hem toen ze de kerk uitliep.



26 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Pakketpost

Alleen