• Claudia Maser

Bahari

Hij liep in zijn zondagse pak naar de twee kleine containers achterin en ging zitten. Jaren had Bahari hierover gedroomd en vandaag ging alles ineens zo snel dat hij niet eens afscheid van zijn moeder had genomen. Zijn buurjongen tipte hem over het passagiersschip en vervolgens was hij zelfverzekerd met een aktekoffer de loopplank opgelopen. Zonder op of om te kijken zochten zijn ogen de ingang naar het ruim. Hij mocht niet op een vluchteling lijken. De buurjongen had een acrobatiek show op de kade gegeven. Iedereen keek en lachte om de kleine kunstenaar terwijl Bahari met zijn strakke pak en stropdas het schip op wandelde. ‘De beloning houd je tegoed’, had hij hem beloofd. Het varende hotel zou morgen naar Nederland vertrekken. Zijn mond proefde de letters, N E D E R L A N D. Hij had er wel eens foto’s van gezien. Molens, een bierdrinkende koning, koeien, scheve hoge huizen, tulpen en dames uitgestald in de ramen. Je liep voorbij het glas en koos met welke schoonheid je de liefde wilde bedrijven. Het leek hem een prima land om te wonen.

In de aktekoffer zat twee liter water, tandenborstel, zeep, overhemd, onderbroek, scheermes, deodorant en wat koekjes. Daar moest hij het mee doen. Zijn moeder zou vanavond pas begrijpen dat het jaren zou duren voordat ze elkaar weer konden omarmen. Eerst werk vinden en dan zou hij zijn familie helpen. De trots gloeide al bij voorbaat in zijn buik. Ze zouden zich een oven kunnen veroorloven en broden verkopen. Een soort bakkerij. Geen snelle huwelijken met oude mannen voor zijn zusjes. Hij nam een slok water en installeerde zich voor de nacht.

De volgende ochtend werd hij wakker van de ronkende motor. Ze kwamen in beweging. Hij rekte zich uit en streek de kreukels uit zijn pak. Met wat water wreef hij door zijn ogen en poetste zijn tanden. Nu kwam het erop aan, dit moment bepaalde alles. Zijn schoenen glommen in de zon. Slenterend liep hij het dek over en voegde zich tussen de andere gasten. In de verte verdween zijn land. Van een afstand observeerde hij de mensen in de eetzaal totdat hij wist wat er verwacht werd. Bahari nam een bordje bij het buffet en legde er een bescheiden hoeveelheid verse vis met botertoast op. Een schaaltje fruit en verse jus d'orange. Hij zocht een tafeltje in het midden, legde het servet op zijn schoot en schoof kleine hapjes op zijn vork. Links de vork, rechts het mes. Een ober liep in een rechte lijn naar hem toe, bleef voor zijn tafeltje staan en vroeg of hij misschien koffie of thee wilde. Zijn hart klopte wild maar zo beheerst mogelijk veegde hij eerst zijn mond af en bestelde daarna een kopje zwarte koffie. De ober knikte, liep weg en kwam 2 tellen later met een kopje en koffiekan terug. Terwijl hij inschonk keek hij hem aan.

‘Komt u uit Senegal?’, vroeg hij in het Engels.

Bahari knikte. ‘Inderdaad, dat heb je goed gehoord. En waar kom jij vandaan?´ Gelukkig was zijn Engels goed.

‘Ik kom uit Nederland. Welkom aan boord meneer. Mag ik vragen op welk dek u verblijft? Dat hoor ik te noteren.’

Bahari had geen idee maar zei zonder aarzeling, ‘op het Koningsdek’.

‘Ach meneer, mijn excuses. Ik hoop natuurlijk dat u genoten hebt van uw ontbijt maar wanneer u op het Koningsdek verblijft, mag u ook in die eetzaal ontbijten. Samen met de koninklijke familie. Zal ik u zo direct begeleiden? Het is mij een eer.’

Bahari knikte en de ober liep weg. De eerste grote fout. Hij had eerst het schip moeten verkennen. Met kleine slokjes dronk hij zijn koffie. Het slimste was om ongezien weer achter de container te verdwijnen en morgen op een ander dek ontbijten. Hij at het fruit, dronk zijn jus en stond op. Nog voordat hij zijn stoel aangeschoven had stond de ober weer naast hem.

‘Volgt u mij meneer. Mag ik zo brutaal zijn om uw naam te vragen?’

‘Bahari’, zei hij zo ontspannen mogelijk en volgde de man. Terwijl ze de eetzaal verlieten probeerde een oudere vrouw zijn blik te vangen. Ze glimlachte en keek hem doordringend aan. De rode kleur verstopte zich onder zijn donkere huid maar bleef zichtbaar voor de vrouw. Ze lachte haar tanden bloot.

Zwijgend stond hij met het koffertje naast de ober in de lift. In zijn hoofd hoorde Bahari zijn moeders stem, ‘Wanneer je goed gekleed en gewassen bent, draait het geluk naar je toe.’ De lift stopte en de ober stapte voor hem naar buiten. In de gang kwam een jonge vrouw met twee breedgeschouderde mannen aanlopen. Ze nam hem van kop tot teen op en vroeg, ‘en wie hebben we hier?’

‘Meneer Bahari was wat verdwaald, Koninklijke Hoogheid. Ik heb hem teruggebracht’. De ober sloeg zijn ogen neer maar Bahari bleef naar haar kijken. Gouden lange haren, prachtige ogen, brede heupen en een boezem om in te verdwijnen. Zoveel welzijn en schoonheid had hij niet eerder gezien.

‘Zou u mij naar de eetzaal willen vergezellen meneer Bahari? Ik heb uitgeslapen en kan wel wat gezelschap gebruiken’, vroeg ze in het Engels.

‘Natuurlijk, het is mij een genoegen Hoogheid’. Snel zette hij een stap naar voren en stak zijn arm naar haar uit zodat ze in kon haken. Dat deed zijn moeder ook zo graag.

‘Zeg maar Amalia’, zei ze zacht en bloosde van oor tot oor. De breedgeschouderde mannen keken hem strak aan en voegden zich achter hen. Eenmaal aan tafel babbelde ze honderduit. Over veel dingen dachten ze hetzelfde. Ze hadden dezelfde politieke ideeën. Hetzelfde wereldbeeld, dezelfde interesse in filosofie en kunst. Het leek alsof ze elkaar al jaren kenden en praten totdat de late lunch geserveerd werd. Geamuseerd gleden ze door naar de avond. Aan tafel zat hij naast haar vader, die hij herkende van de foto. Deze keer dronk hij geen bier maar wijn. Een vriendelijke man die druk was met zijn twee andere dochters en zijn vrouw. Amalia stelde hem voor als haar vriend en na het eten wandelden ze over het dek. Toen de avondzon oranje kleurde voelde hij haar zachte hand in de zijne.

‘Bahari, ik zou het fijn vinden wanneer jij een hut dicht bij de mijne hebt. Vind je het goed dat ik dat regel?´

‘Natuurlijk’, zei hij zacht. Binnen 5 minuten had ze het geregeld en namen ze met een verlegen glimlach afscheid. ‘Tot morgenvroeg schoonheid’, fluisterde hij in haar oor. De dag ruilde met de nacht en in de ochtend stond ze al vroeg voor zijn deur. ‘Kom je mee naar de zonsopgang kijken?’

Hij gooide een plens water in zijn gezicht, schoot in zijn pak en stak zijn arm weer uit. De dagen haakten, net als Bahari en Amalia, in elkaar. Hij vertelde haar wat huiverig in alle eerlijkheid zijn verhaal. Het kon haar niet schelen want ze hield vanaf het eerste moment van hem. Amalia vertelde op haar beurt, haar verhaal. Wat er van haar verwacht werd en zijn toekomstige moeilijke rol daarin. Hij kuste haar en beloofde die taak op zich te nemen en er kleur aan te geven. Na 14 dagen liepen zij hand in hand de loopplank af en zwaaiden naar de rood-wit-blauwe vlaggetjes.

‘Hallo Nederland’, riep hij met een zware tongval. Eenmaal in de auto dacht hij glimlachend aan zijn moeder. Die oven zou er zeker komen.




21 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Pakketpost

Alleen